| Visie op lange termijn |
Geplaatst op 31 mei 2011
Het wordt spannend. De laatste gesprekken met beleidsmakers en politici hebben niet veel nieuws opgeleverd. Op 8 juni staat het bestuursakkoord op de landelijke agenda. Dat er de komende jaren stevig zal worden bezuinigd op tal van budgetten voor participatie, arbeidsactivering en op de financiële middelen van de sociale werkvoorzieningen is evident. Er wordt veel gezegd en geschreven. Waarheden, halve waarheden en ook veel onzin. Bijvoorbeeld dat er straks duizenden mensen zullen worden ontslagen die nu werkzaam zijn in het kader van de Wet sociale werkvoorziening. Iedereen weet inmiddels dat de rechten van alle sw-medewerkers worden gerespecteerd. Prima, maar het moet wel gezegd dat juist dáár de financiële kneep zit. Dat er niet wordt ingegrepen in bestaande (cao)-afspraken is begrijpelijk. Maar dat dit tegelijkertijd gepaard gaat met grootschalige bezuinigingen op de loonkostensubsidies voor sw-medewerkers en dat die binnen vier jaar moeten worden gerealiseerd, is natuurlijk een onmogelijke opdracht. Dat behoeft helemaal geen nadere uitleg, het is eens temeer cijfermatig onderbouwd. En nog maar te zwijgen over het budget dat dan vervolgens nog rest voor een veel grotere groep met een afstand tot de arbeidsmarkt. Kortom, er staat heel veel te gebeuren binnen de sociale zekerheid. Voor een dergelijke grootschalige operatie is mijns inziens veel meer tijd nodig. Nadat in 2008 het rapport de Vries verscheen - laat ik het de voorbode noemen voor de nieuwe Wet werken naar Vermogen die per 1 januari 2013 zal moeten worden ingevoerd - heeft Delta een langetermijn visie gepresenteerd. Bestuurlijk en beleidsmatig werd deze door de vijf gemeenten, die deel uitmaken van de Gemeenschappelijke Regeling Delta, door middel van een samenwerkingsovereenkomst bekrachtigd. De kern betrof de omvorming van het traditionele sw-bedrijf naar een brede begeleiding-netwerkorganisatie. 'Zo regulier mogelijk, aangepast waar nodig'. De versnelling die nu - noodgedwongen - moet worden ingezet, doet aan deze visie niets af. Sterker nog, het bevestigt de eerder ingeslagen weg. Ongetwijfeld zullen velen door de enorme bezuinigingen wakker zijn geschud en nu pas doordrongen raken van de noodzaak van dit organisatieontwikkelingsproces dat al geruime tijd geleden is gestart. Door de jaren heen zijn bezuinigingen een telkens terugkerend gegeven. ik weet haast niet beter dan dat ze een vast onderdeel vomden van de strategische koers van menige organisatie waarbij ik gewerkt heb. Om in deze financieel gure tijd onze maatschappelijke taak nog kunnen blijven waar maken, is die duidelijke visie op de toekomst hard nodig. Maar veel meer nog het nemen van bestuurlijke en managementverantwoordelijkheid. Lef tonen, slim samenwerken en vooral over de eigen schaduw van ieders existentiële balang heen durven stappen. Het zal me benieuwen of we daartoe in staat zijn. |
|
|
|